Dorhout helpt ondernemers met After-Corona-Scan

Nu de corona steunmaatregelen per 1 oktober stopgezet zijn, bestaat er een grote kans dat een flinke groep ondernemers nog verder in de problemen zal komen. Zij zullen met vragen zitten zoals: Hoe moet ik verder zonder steun? Hoe groot is de schuld die ik inmiddels heb opgebouwd? Kan ik die straks wel afbetalen?

Om deze ondernemers een goed inzicht in de eigen complexe situatie te geven, heeft Dorhout samen met een financieel expert de ‘After-Corona-Scan’ ontwikkeld.

Als u kiest voor de After-Corona-Scan . . .
dan brengen wij de uw financiële en juridische positie in kaart aan de hand van door u aangeleverde informatie en een daarop volgend gesprek. De scan sluit af met een rapport en aanbevelingen.

Zo’n aanbeveling kan bijvoorbeeld zijn het maken van reële aflossingsafspraken of het aangaan van een onderhands akkoord. Wellicht is gedeeltelijke kwijtschelding een optie of kan er een schuldsaneringstraject worden ingezet. In het uiterste geval, wanneer er van uit moet worden gegaan dat de schuld niet meer binnen een redelijke termijn is af te lossen, kan een faillissement de verstandigste stap zijn. De juridische- en financiële risico’s kunnen natuurlijk ook meevallen en aanvaardbaar blijken. Voor u als ondernemer belangrijk om te weten.

Meer informatie over de scan kunt u vinden op: www.aftercoronascan.nl

Toezicht in de semipublieke sector: krachtig ingrijpen vereist?

De semipublieke sector heeft de afgelopen jaren al te maken gehad met verscherpte eisen en toenemende regelgeving op het gebied van bestuur en toezicht en Governance. Dit naar aanleiding van een aantal incidenten in het bestuur en toezicht bij stichtingen in de semipublieke sector zoals woningcorporaties, zorginstellingen en onderwijsinstellingen. Zo is op 10 november 2020 het Wetsvoorstel bestuur en toezicht rechtspersonen (WBTR) aangenomen door de Eerste Kamer. Deze wet heeft tot doel een professionaliseringsslag teweeg te brengen in het bestuur en toezicht. Wij schreven al eerder een artikel over de wijzigingen in die wet.

Het speelveld voor toezichthouders verandert. Er bestaat een toenemende druk op toezichthouders om krachtig in te grijpen bij (dreigende) malaise en (financieel) wanbeleid. Met de invoering van de WBTR wordt daaraan nadere invulling gegeven door maatstaven voor de taakvervulling en aansprakelijkheid uit artikel 2:9 BW (bestuurdersaansprakelijkheid) – net als bij de B.V. en N.V. – van toepassing te verklaren op alle bestuurders en toezichthouders bij rechtspersonen.

Met name de toezichthouder – die niet dagelijks bij de organisatie is betrokken – balanceert op een dun koord wanneer iets niet goed dreigt te gaan in de organisatie. De toezichthouder is om te beginnen in grote mate afhankelijk van het bestuur voor de informatievoorziening. De toezichthouder  mag er in beginsel op vertrouwen dat hij door het bestuur van juiste informatie wordt voorzien, maar in bepaalde omstandigheden is strenger toezicht, onderzoek en krachtig ingrijpen vereist door de toezichthouder. Iets dat in de relatie met het bestuur – die evenzeer belangrijk is voor het toezicht – tot onenigheid kan leiden. Verder dient de toezichthouder het financiële beleid van de organisatie te controleren, terwijl niet alle toezichthouders expertise hebben op dat gebied. Wat wordt er van een toezichthouder verwacht op dat gebied? En wat zijn de red flags in het (financiële) beleid?

Ons advies: wees kritisch, doortastend en laat u vooral adviseren wanneer uw eigen expertise tekortschiet!

WHOA: Herstructureringsmiddel bij een Dreigende Insolventie

Klik op de afbeelding om deze te vergroten

De WHOA (Wet Homologatie Onderhands Akkoord) is per 1 januari 2021 opgenomen in de Faillissementswet. Deze nieuwe regeling maakt het mogelijk bij ondernemingen en organisaties om schulden te saneren door het aanbieden van een onderhands schuldeisersakkoord. Op die manier kunnen ondernemingen die in financiële problemen verkeren hun schuldenlast saneren en doorstarten buiten faillissement. We zullen hieronder (in vogelvlucht) de belangrijkste aspecten uit de WHOA op een rij zetten.

Inhoud van het akkoord

De inhoud van het akkoord kan bestaan uit een aanbieding waarin schuldeisers een percentage van hun vordering uitgekeerd krijgen tegen finale kwijting. De WHOA biedt echter veel meer opties. Zo kan een bepaalde groep schuldeisers een aanbod worden gedaan, zoals schuldeisers met een pand- of hypotheekrecht, maar ook aandeelhouders. Verder kan het akkoord ook bestaan uit een omzetting van een schuld in aandelenkapitaal, uitstel van betaling, of iets anders. Daarnaast kan het akkoord een wijziging van een overeenkomst omvatten, zoals een huurovereenkomst die als molensteen om de nek van de onderneming hangt.

De procedure

Het bestuur van de onderneming kan een WHOA-traject starten. In dat geval zal doorgaans een verzoek worden gedaan bij de rechtbank en vraagt het bestuur om een herstructureringsdeskundige te benoemen. De herstructureringsdeskundige is verantwoordelijk voor het aanbieden van een door hem of een door de onderneming voorbereid akkoord. Hij krijgt geen zeggenschap over de onderneming. Wel heeft de herstructureringsdeskundige een aantal bevoegdheden, zoals een eenzijdige bevoegdheid om lopende overeenkomsten op te zeggen, een afkoelingsperiode te verzoeken of naar de rechtbank te stappen om een beslissing te nemen. De rechtbank houdt toezicht tijdens dit proces en zal het akkoord moeten goedkeuren (homologeren). Ook kan de rechtbank een observator benoemen die controleert of de belangen van de gezamenlijke schuldeisers voldoende in het oog worden gehouden en de rechtbank adviseert.

Het goedkeuren van een akkoord vindt pas plaats nadat de schuldeisers (of aandeelhouders), die een akkoord aangeboden krijgen, hebben gestemd over het akkoord. De stemming vindt plaats in klassen van schuldeisers, welke klassen door de onderneming of herstructureringsdeskundige zijn gemaakt. Uiteindelijk moet twee derde van de schuldeisers voor het akkoord stemmen (dat wil zeggen: twee derde van de waarde van de totale vorderingen per klasse). Indien de rechter het akkoord goedkeurt, is deze ook bindend voor een tegenstemmende schuldeiser.

Wat kan Dorhout Advocaten voor u betekenen?

Onze specialisten beschikken over ruime expertise en ervaring op het gebied van het insolventierecht en herstructurering. Onze ervaren curatoren mr. P. Lettinga en mr. G.W. Breuker worden met regelmaat door de rechtbank benoemd in complexe faillissementen. Zij zouden als observator of herstructureringsdeskundige kunnen optreden in een WHOA-traject.

Uiteraard kunnen wij ook ondernemingen en organisaties die in financiële moeilijkheden verkeren adviseren over een WHOA-traject en hen daarin bijstaan. Daarnaast kunnen we andere betrokkenen adviseren bij een WHOA-traject, zoals schuldeisers en aandeelhouders.

Wilt u meer weten? Of kunnen wij u van dienst zijn? Neem dan contact op met mr. P. Lettinga (p.lettinga@dorhout.nl) of mr. T. van Dijken (t.vandijken@dorhout.nl). Vanzelfsprekend mag u ons ook te allen tijde telefonisch benaderen: 050 – 520 6 520.

 

TIJDELIJKE BETALINGSUITSTELWET 2020

Het is dagelijks nieuws: bedrijven die op last van de overheid de deuren hebben moeten sluiten. Het water staat deze bedrijven inmiddels aan de lippen. Het (volledig) wegvallen van de omzet maakt dat zij op termijn waarschijnlijk niet meer aan hun betalingsverplichtingen kunnen voldoen. Tot nu toe leidt dat nog niet tot de voorspelde stortvloed aan faillissementen. Sterker nog: in 2020 gingen er in Nederland ‘slechts’ 2703 bedrijven failliet. Nog nooit waren dat er zo weinig. In Groningen was de afname ten opzichte van het jaar daarvoor zelfs 25% (97 in 2019 om 71  in 2020). Het lijkt erop dat crediteuren het onder deze bijzondere omstandigheden niet netjes vinden het faillissement van hun debiteur aan te vragen en dat zij ook wachten op betere tijden.

Desalniettemin kunnen in de kern gezonde bedrijven die voor de coronacrisis goede resultaten behaalden nu opeens geconfronteerd worden met beslaglegging, executoriale verkoop of een faillissementsaanvraag.

Voor deze bedrijven, die in financiële problemen zijn gekomen door de coronacrisis, is de ‘Tijdelijke wet COVID-19 SZW en JenV’ in het leven geroepen. De wet is op 17 december 2020 in werking getreden en is bedoeld om de schade aan de economie als gevolg van het coronavirus zoveel mogelijk te beperken door vermijdbare faillissementen en verhaalsacties te voorkomen.

Bedrijven, die geconfronteerd worden met een faillissementsaanvraag, kunnen maximaal zes maanden ‘uitstel’ krijgen, indien zij (summierlijk) aantonen dat:

  • zij hun onderneming door het COVID-19-virus niet op de gebruikelijke wijze hebben kunnen voortzetten, en;
  • daardoor tijdelijk niet in staat zijn aan hun betalingsverplichting te voldoen.

De rechtbank zal beoordelen of aan voornoemde voorwaarden is voldaan. Ook zal de rechtbank beoordelen of de schuldeiser door het uitstel niet wezenlijk en onredelijk in zijn belangen wordt geschaad. Wanneer het verzoek wordt toegewezen, kan de aanvrager van het faillissement gedurende het uitstel geen betaling afdwingen van schulden die daarvoor opeisbaar waren. De schuldeiser wordt daarnaast beperkt in zijn mogelijkheden om de overeenkomst te wijzigen, te beëindigen of zijn verplichtingen op te schorten. Een verkregen uitstel kan voor schuldeisers dus verstrekkende gevolgen hebben.

De wetgeving geldt niet alleen voor faillissementssituaties. Ook in geval van beslaglegging, opeising van goederen of de uitwinning van een pand- of hypotheekrecht kunnen bedrijven hier een beroep op doen. Uiteraard onder dezelfde voorwaarden. Dan kan de voorzieningenrechter worden gevraagd het beslag op te heffen of de executie te schorsen. Bedrijven zullen daarbij wel aannemelijk moeten maken dat dit nodig is om de onderneming te kunnen voortzetten. Wordt de vordering toegewezen, dan zijn de gevolgen voor de schuldeiser vergelijkbaar met die van een aanhouding van de faillissementsaanvraag.

Kortom, als ook uw onderneming door COVID-19 liquiditeitsproblemen ondervindt en u wordt geconfronteerd met beslaglegging, executiemaatregelen, het opeisen van goederen of een faillissementsaanvraag, dan adviseren wij u graag over de mogelijkheden.

Ook als u schuldeiser bent en niet langer kunt of wilt wachten tot uw facturen worden voldaan, dan is het van belang om op voorhand te weten wat de gevolgen van de door u geïnitieerde verhaalsacties kunnen zijn. Met name indien sprake is van het niet nakomen van verplichtingen uit langlopende overeenkomsten. Ook dan denken wij graag met u mee!

Neem contact op met Rim Duinker of Tim van Dijken.

WET BESTUUR EN TOEZICHT RECHTSPERSONEN

Op 10 november 2020 is het Wetsvoorstel bestuur en toezicht rechtspersonen (WBTR) aangenomen door de Eerste Kamer. Het wetsvoorstel is ingediend in 2016. Dit naar aanleiding van een aantal incidenten in het bestuur en toezicht bij stichtingen in de semipublieke sector zoals woningcorporaties, zorginstellingen en onderwijsinstellingen. De wet heeft tot doel om een professionaliseringsslag teweeg te brengen.

In het kort: de wijzigingen

De WBTR regelt de verantwoordelijkheden en aansprakelijkheidsmaatstaf van bestuurders en toezichthouders bij verenigingen, stichtingen, coöperaties en onderlinge waarborgmaatschappijen. Daarnaast krijgt de Raad van Toezicht bij deze rechtspersonen een wettelijke regeling, volgens de regeling van de Raad van Commissarissen bij de B.V. en N.V. Voorheen was de instelling van de toezichthoudende organen bij deze rechtspersonen (veelal Raad van Toezicht genoemd) niet in de wet geregeld. Verder moeten deze rechtspersonen bij de eerstvolgende gelegenheid een belet- en ontstentenisregeling voor bestuurders en toezichthouders in hun statuten opnemen. Van ‘belet’ is sprake in het geval van ziekte of schorsing en van ‘ontstentenis’ bij overlijden of ontslag. Het opnemen van deze regelingen kan zeker in de coronacrisis relevant zijn.

Concreet worden de volgende onderwerpen in de wet geregeld:

  • Voor alle rechtspersonen wordt het mogelijk om een zogeheten monistisch bestuursmodel[1] of one tier board in te stellen, naar Angelsaksisch model.
  • Belang onderneming: ook de bestuurders en toezichthouders van stichtingen en verenigingen moeten zich richten op het belang van de onderneming. Dit belang moet prevaleren boven het belang van bijvoorbeeld leden of donateurs.
  • Tegenstrijdig belang: de wet regelt wanneer bestuurders en toezichthouders een tegenstrijdig belang hebben en zich moeten onttrekken aan de besluitvorming.
  • Taakvervulling en aansprakelijkheid: de wet geeft regels over de uitgangspunten die de bestuurders en toezichthouders bij de vervulling van hun taak in acht moeten nemen. Daarnaast bevat de wet regels over hun aansprakelijkheid voor onbehoorlijke taakvervulling.
  • Ontslag: de rechter krijgt meer beoordelingsvrijheid om een bestuurder of toezichthouder te ontslaan op verzoek van een belanghebbende. En dit kan verstrekkende gevolgen hebben.
  • Belet en ontsteltenis: de WBTR introduceert een verplichte statutaire belet- en ontsteltenisregeling voor bestuurders en toezichthouders (zie hierboven) 

Naar verwachting treedt de wet op 1 januari 2021 in werking.

Het is raadzaam om uw statuten en uw beleid rondom besluitvorming en taakvervulling te toetsen aan de nieuwe regelgeving. Bent u er niet zeker van of aanpassing in uw geval vereist is? Neem gerust contact op.

[1] Model waarbij de taken van het bestuur van een onderneming (directie), het houden van toezicht en het geven van advies (commissarissen) in één orgaan zijn verenigd.

Voor vragen hieromtrent kunt u contact opnemen met Tim van Dijken of Angela Melsen.